Blog: Wat zit er in mijn lunchtrommel?

Zo nu en dan raak ik met iemand in gesprek over mijn gewoontes en bezigheden op het gebied van voeding. Als ik vertel over de richtlijnen die ik volg, dan zijn er een aantal vragen die ik heel vaak terug hoor. In de eerste plaats natuurlijk de vraag ‘wat eet je dan wel?’, en als deze vraag is beantwoord dan volgen al vrij snel de meer praktische vragen. Begrijpelijk, want een boterham met pindakaas is  snel gesmeerd en makkelijk om mee te nemen, maar hoe doe je dat als je voornamelijk vers eet?
Velen zien voor zich dat ik mijn wekker een uurtje eerder zet en dat ik bij het aanbreken van het ochtendgloren meteen met mijn potten en pannen in de aanslag aan het kokkerellen sla. Laat ik die eerste bubbel maar alvast lek prikken, want ik zal je verklappen dat ik in de ochtend op z’n zachtst gezegd ‘niet zo sterk’ ben. Ik houd van eten, maar ik houd nóg meer van mijn bed. Mijn wekker eerder zetten, daar zul je mij dus niet op betrappen. En als ik me dan eindelijk uit mijn warme nest heb gehesen, dan zul je mij vooral met een glazige blik richting de badkamer zien schuifelen, alwaar ik achter het douchegordijn verdwijn  en mezelf pas twintig minuten later onder de warme stralen vandaan weet te sleuren. Nee, de ochtend is niet aan mij besteed. Je kunt je dan ook wel voorstellen dat ik in deze zombie-achtige toestand natuurlijk geen culinaire hoogstandjes ga voortbrengen.

Om toch een antwoord te geven op de voorgenoemde vraag; vandaag een kijkje in mijn lunchtrommel. Het ziet eruit als een bij elkaar geraapt zooitje, en eerlijk is eerlijk, dat ís het ook. Maar het is ook erg lekker, gezond en vullend. En: het kost het niet meer tijd of moeite dan het smeren van die boterhammen. Score!

photo(1)

Mijn lunchtrommel dus, en wat zit erin?
Een handje verse spinazie, een halve komkommer, twee gekookte bieten (gewoon uit zo’n vacuümverpakking), een halve avocado, een paar olijven, een blikje tonijn op olijfolie, een paar walnoten, nog wat saladekruiden en een extra scheut olijfolie. Voila.

In andere woorden; ik trek gewoon de (koel)kast open, ik kijk wat ik in huis heb, en ik gooi het in mijn lunchtrommel. Soms zijn het restjes van mijn avondeten, soms heb ik nog een paar gekookte eieren liggen, soms heb ik andere groenten in huis, maar het meeste is gewoon ‘ready to go’. Toegegeven; als ik weet dat mijn lunch een lange dag in mijn tas moet doorbrengen (op een warme dag…), dan houd ik hier wel rekening mee in mijn keuzes. Liever geen slappe sla en warm geworden zalmplakken…Maar de meeste ingrediënten kunnen best tegen een stootje, en als je heel toevallig een koelkast op het werk hebt dan is dat gewoon  mooi meegenomen. Letterlijk. Toch?

Dus….zoals je kunt zien; een paleo meeneemlunch hoeft geen struikelblok te zijn. Die kun je ook weer afstrepen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *